”IK GA DIE SHIT KOPEN MAN.”
Ik zit op het station te lezen in het boek ‘hiphop in nederland’. Ineens komt er een gespierde stoer lopende jongen op me af en pakt het boek uit mijn handen: “Sorry man, ik heb gehoord van dit boekie, mag ik even die achterkant lezen? Is het goede shit?”
Een moment overweeg ik om helemaal los te gaan, om te vertellen dat het boek is geschreven door mijn beste vriend Rajko Disseldorp, dat ik weet hoeveel tijd erin zit en dat ik het proces heb mogen meemaken.Maar dan bedenk ik me dat, dat antwoord wel heel veel over mij gaat en heel weinig over het boek.
Ik denk aan het hoofdstuk wat ik net heb gelezen over Ronnie Flex. Ik ben misschien een vriend van Rajko maar ik ben ook eerlijk. Rajko heeft me laten zien dat rappers kunstenaars zijn en tegen mannen als Fresku, Typhoon en Ali B kijk ik op. Maar Ronnie Flex met nummers als Drank en Drugs heb ik nooit begrepen, plat entertainment in mijn ogen, heeft weinig met kunst te maken.
Tot ik het hoofdstuk over Ronnie Flex lees, Rajko vraagt hem of hij gelukkig is waarop hij al uit het raam starend een joint draait en antwoord: “Nee, niet echt. Ik ben niet gelukkig man.”
Dat raakt me.

De stoere jongen drukt het boek terug in mijn handen en zegt: “Klinkt goed man, alsof je ze echt leert kennen. Ik ga die shit kopen man.”